Een goede tekst is slechts het begin van communicatie met je lezers. Want hoe gaat jouw tekst er straks uitzien?
In het tijdperk dat ik dit lijstje in mijn blauwboek noteerde was leesbaarheid vooral iets dat op papier gedrukte zaken of diapresentaties betrof. Informatiedragers als smartphones, e-readers en tablets als de iPad kwamen hoogstens voor in de ongebreidelde fantasie van de makers van Star Trek en dergelijke.
‘Geboden’ klinkt wat zwaar maar ik vond dit toch altijd zinvolle aanbevelingen. Een aantal uitgangspunten hanteer ik nog steeds, ook in digitale communicatie:
- De letter mag niet hinderen bij het lezen, dus liever geen extreme en individuele lettering.
- Gebruik geen kapitalen voor een volledige tekst, dit kan bijvoorbeeld wel werken voor kopregels.
- Hoofdletters en punten zijn altijd nodig.
- Kolommen waarin meer dan twaalf woorden op één regel staan zijn moeilijker te lezen dan iets smallere tekstkolommen en minder woorden per regel.
- Alinea’s stimuleren het lezen; inspringen kan een alinea extra accentueren.
- Veel witte regels en ongelijk zetsel (zo stond het er echt, B.D.) stoort in het lezen.
- De lettergrootte moet juist zijn t.o.v. de leesafstand, de kleur en de oppervlaktestructuur van het papier en het licht waarbij men geacht wordt de tekst te lezen.
- Teveel of te weinig interlinie is hinderlijk voor de lezer. Ideaal is drie delen wit tussen de letters ten opzichte van twee delen x-hoogte (onderkast) letter.
- Schreefloze tekst leest in langere teksten wat moeilijker dan lettertypen die een dik/dun contrast en schreven hebben.
- De plaatsing van tekst op de pagina is belangrijk. Te weinig witmarge opzij en onder is hinderlijk.
(en niet te vergeten Gebod 11 voor goede leesbaarheid: bij twijfel gewoon een vormgever inschakelen!)
Het eerste blauwe notitieboek waarin ik vanaf 1979 inzichten over communicatie en vormgeving noteer. Nu voor iedereen in te zien via dit blog. Reacties welkom!



- blauwboek
| 0 comments